HET GEBOUWENCOMPLEX
GROTE KERK, LOOLAAN 16 TE APELDOORN
Schrijven over de Stichting Vrienden van de Grote
Kerk te Apeldoorn begint uiteraard met een korte beschouwing over
het kerkgebouw, de bestaansgrond immers van onze stichting.
De groei van het toenmalige dorp Apeldoorn na de Franse overheersing
maakte de bouw van een nieuwe kerk noodzakelijk.
Koning Willem I, veelvuldig vertoevend op Paleis Het Loo, besloot
deze nieuwe kerk te financieren mits deze halverwege Het Loo en
het Dorp zou worden gebouwd.
De kerk werd in 1842 in gebruik genomen maar werd al in 1890 door
brand verwoest.
Op de fundamenten daarvan werd de huidige kerk gebouwd naar een
ontwerp van de Rotterdamse architect J. Verheul Dzn.
Zowel de eerste steenlegging als de officiële ingebruikneming
vonden plaats door de jonge koningin Wilhelmina in aanwezigheid
van koningin-moeder Emma. Tot op hoge leeftijd kerkte Wilhelmina
veelvuldig in de Grote Kerk.
De kerk doet haar naam eer aan met een lengte van ± 50 m.
en een breedte van ± 20 meter en een grootste hoogte van
het interieur van eveneens 20 meter.
Dank zij een voor die tijd vernuftige constructie
met trekstangen
wordt het uitzicht niet belemmerd door pilaren.
Indrukwekkend zijn het koninklijke toegangsportaal,
de prachtige -ruim tien meter hoge- preekstoel en de koninginnebank.
De kerk telde aanvankelijk 1800 zitplaatsen,
nu ongeveer 1500.
In 1960 werd -naar de geest van die tijd- het interieur van de Grote Kerk 'gemoderniseerd'.
Alles wat bijdroeg aan de schoonheid van het interieur werd verwijderd: het prachtige
klankbord boven de kansel, het doophek, de baldakijnen boven de kerkenraadsbanken,
de kronen, de sierstukken op de zijkanten van de banken etc.
De bouwkundige situatie kreeg echter beduidend minder aandacht als gevolg waarvan
de onderhoudsstaat in de zeventiger jaren zó deplorabel was geworden dat
voorbereidingen werden getroffen voor de sloop van de kerk.
Dit nu was het signaal voor enkele leden van de wijkgemeenten rond de Grote Kerk
de strijd aan te binden voor het behoud van het kerkgebouw, in 1973 beginnend
met de oprichting van de Stichting Vrienden van de Grote Kerk Apeldoorn. Ook
werden de eerste stappen gezet op weg naar de restauratie van het gebouw.
Toen in 1980 het kerkgebouw en het Bätz Witte orgel op de Rijksmonumentenlijst
werden geplaatst kwam deze restauratie in een stroomversnelling.
In 1992 -bij het honderdjarig bestaan- werd de bouwkundige restauratie voltooid.
Inmiddels waren, dank zij de financiering door de stichting, ook al enkele onderdelen
van het interieur, waaronder het klankbord en de koninginnebank weer terug-gerestaureerd.
In 1995 werd besloten tot de oprichting van de Onderhouds- en restauratiecommissie
Grote Kerk (ORC), een samenwerkingsverband tussen de Centrale Kerkvoogdij als
eigenaar van de kerk, de Wijkkerkvoogdij en de Stichting Vrienden van de Grote
Kerk.
In een voortreffelijke samenwerking is vervolgens de voltooiing van de interieurrestauratie
en de orgelrestauratie voorbereid en in 1997 uitgevoerd.
Het kerkinterieur verkeert nu weer nagenoeg in de staat waarin het door de architect
oorspronkelijk werd bedacht.
De baldakijnen
zijn weer terug en evenzo het doophek, de banken hebben weer hun
oorspronkelijke uiterlijk mèt
de sierstukken en in hun eikenhouten kleur.
Het indrukwekkende cassetteplafond werd vernieuwd en in een lichtgele tint geschilderd.
Deze aanpak van het
interieur had nog een hoogst plezierig bijkomend voordeel: de akoestiek
van de kerkzaal is zó sterk verbeterd dat hij nu door muziekrecensenten
omschreven wordt als “uitnemend!
Al met al kunnen we nu spreken van een kerkgebouw waarin het -om uiteenlopende
redenen- goed toeven is, zoals dit ook bleek bij het huwelijk van prins Maurits
en prinses Marilène.